De major is het gemeenschappelijke deel van de opleiding IM.
De major bestaat uit:
- 4 onderwijs blokken in de propedeuse
- 4 onderwijsblokken in leerjaar 2
en
- de stage in het derde leerjaar
- de afstudeeropdracht in het vierde leerjaar
Een aantal modules, meestal 3, vormen samen een onderwijsblok. De inhoud van elk blok is een combinatie van modules in bedrijfskunde, informatiekunde, communicatie en ICT.
In leerjaar 1 en 2 komen de volgende modules aan de orde.
In deze module ligt de nadruk op het bijbrengen van een bedrijfskundig begrippenkader. Diverse organisatieaspecten zullen de revue passeren:
- ‘Wat is een bedrijf?’
- ‘Hoe bestuur ik een bedrijf?’
- ‘Wat is de relatie tussen informatie en besturing?’
De studenten gaan op de stoel van het management van een bedrijf plaatsnemen en proberen te simuleren hoe het is om een bedrijf te besturen. Hiertoe zal gebruik gemaakt worden van een managementgame om bepaalde ‘managementbeslissingen’ te kunnen simuleren. Omdat samenwerken in projecten steeds belangrijker wordt in bedrijven, maar ook in het onderwijs, wordt in deze module ook aandacht besteed aan samenwerken en projectmatig werken.Studenten wordt geleerd hoe ze in groepen moeten samenwerken. Centraal hierbij staat het kunnen opstellen van een samenwerkingscontract. Daarnaast wordt de studenten de basisprincipes (fasering en beheersing) van projectmanagement bijgebracht.
De begrippen “informatie” en “communicatie” behoren tot de meest gebruikte begrippen als het gaat om ontwikkelingen in de hedendaagse samenleving.
In deze module worden de veranderingen verkend die nieuwe informatie- en communicatietechnologie met zich meebrengt voor mediabedrijven, voor de distributieketen van informatie en voor de markt voor (elektronische) informatiediensten. De belangrijkste informatiekanalen en -bronnen worden verkend en er wordt een beeld gegeven van het recht dat met informatie samenhangt. Een belangrijke plaats is ingeruimd voor het ontwikkelen van informatievaardigheden (zoeken, vinden en selecteren).
Studenten moeten vanaf het begin van hun studie ondersteund worden bij het ‘managen’ van hun competenties, vandaar dat aan het begin van de studie hiervoor het fundament gelegd wordt. Vragen als: ‘Wie ben ik?’, ‘Wat kan ik?’ en ‘Wat wil ik?’ en ‘Hoe kan ik dit bereiken’ zullen aan bod komen.
In deze module leert de student wat competentiemanagement is, wat je ermee kan en hoe je dit effectief kunt inzetten bij de studie Information Management. Een van de resultaten is een aanzet van een e-portfolio. Tijdens het laatste blok in leerjaar 1 rond de student de module af met een eindgesprek met de StudieLoopbaanBegeleider waarin de motivatie voor IM, de competentie-groeimatrix en het e-portfolio centraal staan. Tijdens de hele studie IM gebruikt de student het e-portfolio bij de StudieLoopbaanBegeleiding om doelen en relevante documenten vast te leggen en om een eigen showportfolio te maken dat gebruikt kan worden na de studie.
In onze moderne maatschappij is ICT niet meer weg te denken. Ook bedrijven en andere organisaties maken op grote schaal gebruik van ICT om hun doelen te bereiken.
In deze module komen een aantal aspecten van ICT aan de orde. Beheer van de ICT infrastructuur en het maken van applicaties staat hierbij centraal.
Studenten maken kennis met het functioneren van een ICT Servicedesk. Voor de Servicedesk moet een Access applicatie gebouwen worden voor:
- het registreren en het afhandelen van storingen,
- het aanvragen voor ondersteuning.
Daarnaast wordt getraind op welke wijze gesprekken gevoerd moeten worden bij de Servicedesk.
Afgestudeerde studenten vervullen vaak een spilfunctie in projecten, waarbij bedrijfsprocessen verbeterd worden door de mogelijkheden die moderne ICT biedt. Vaak zijn in deze projecten ook financiële aspecten van belang, aangezien verbeteringen van bedrijfsaspecten invloed hebben op bedrijfsefficiëntie (kosten en baten). De investeringen moeten terugverdiend en vaak doorbelast worden.
Deze module biedt een goed basisinzicht in financiële aspecten waarmee de beroepsbeoefenaar in aanraking komt. De module zal enerzijds ingaan op relevante bedrijfseconomische theorieën, anderzijds zal via modelbouw inzicht gegeven worden in relevante toepassingen van de bedrijfseconomische theorieën en de rol die MS Excel kan spelen om de theorie in de praktijk toe te passen.
In deze module wordt geleerd hoe websites worden gebouwd. Websites behoren te worden ontworpen voordat ze gebouwd worden. Voorafgaand aan het ontwerp dient verder een analyse uitgevoerd te worden die er voor zorgt dat de website daadwerkelijk zal doen wat nodig is om doelen te realiseren van de organisatie, waarvoor de website gemaakt wordt.
Websites zijn er in allerlei maten en soorten. De meest simpele websites zijn zuiver informatief. Ze bevatten content die door de eigenaar van de website gepresenteerd wordt aan de bezoekers van de website. Een tweede categorie websites geven de bezoekers naast informatie ook de mogelijkheid om te communiceren. Dat kan richting de organisatie zijn van de website, maar ook onderlinge communicatie tussen bezoekers. Een voorbeeld is een website waarin een forum opgenomen is.
De derde categorie wordt gevormd door webapplicaties. In deze module beperken we ons tot websites van de tweede categorie.
In deze module worden methoden voor systeemontwikkeling behandeld.
Verder worden technieken voor het uitvoeren van zowel definitiestudie en functioneel ontwerp aangeleerd:
- Informatiebehoefteschetsen
- Dataflow Diagrammen: contextdiagram en funtionele decompositie
- Entity-Relatie-Diagrammen
Daarnaast komt interviewen aan de orde. Dit is in deze module een belangrijk hulpmiddel voor het verkrijgen van informatie die benodigd is voor het uitvoeren van een informatieanalyse.
Het ontwikkelen van een nieuw informatiesysteem of het verbeteren van een bestaand informatiesysteem is een activiteit die gefaseerd aangepakt moet worden. Voordat een informatiesysteem opgebouwd kan worden moet er eerst een goede analyse gemaakt worden van de informatiebehoefte, vervolgens moet op basis van die analyse een ontwerp gemaakt worden van het te bouwen informatiesysteem. Pas daarna kan het informatiesysteem daadwerkelijk gebouwd worden.
In het onderdeel Definitiestudie wordt vooral naar de informatieanalyse die vooraf gaat aan het te ontwerpen systeem gekeken. Het ontwerpen van het systeem wordt Functioneel Ontwerp genoemd.
In deze module wordt naast een verdere theoretische verdieping in de fasering en beheersing van projecten een eenvoudig project uitgevoerd. Ter ondersteuning van het projectmatig werken wordt aandacht besteed aan teamwork en reflecteren.
Aan de orde komen onder andere:
- het uitvoeren van een project in fases; het schrijven van beslisdocumenten, voortgangsrapportages en eindrapportage.
- de projectorganisatie, de projectbeheersing; met speciale aandacht voor tijdsplanning en informatiebeheersing en projectdocumentatie.
Bedrijfsprocessen nemen een belangrijke plaats in bij organisaties. Bedrijfsprocessen moeten efficiënt zijn ingericht en doelgericht zijn. Het is dan ook van belang dat studenten weten hoe bedrijfsprocessen geanalyseerd dienen te worden met als doel het verbeteren ervan. Voordat er geanalyseerd kan worden dienen de processen allereerst beschreven te worden. In deze module zal met name aan het beschrijven van processen aandacht besteed worden. Om inzicht te krijgen in bedrijfsprocessen wordt een basis gelegd voor wat betreft logistiek, boekhouden en administratieve organisatie.
Vaak worden bedrijfsprocessen ondersteund door ICT, zoals ERP (Enterprise Resource Planning) software. Zowel de logistieke als financiële aspecten van ERP zullen in deze module de revue passeren.
Het daadwerkelijk analyseren (én verbeteren) van bedrijfsprocessen komt in de hoofdfase aan bod.
In deze module wordt de basis gelegd voor wat betreft informatiemanagement, informatiebeleid en -informatieplanning.
Aan de hand van het “Amsterdamse Informatiemanagement Model” worden rollen en functies van IM-ers verduidelijkt.
Er wordt een inleiding verzorgd rondom het begrip informatiebeleid.
Op basis van een beschreven bedrijfsanalyse en informatiebeleid worden gedeeltes van de business architectuur en de informatiearchitectuur in kaart gebracht. Aan de hand van de architectuurmodellen worden de problemen en knelpunten van de huidige informatievoorziening in kaart gebracht.
Vaak leiden geplande projecten tot veranderingen.
Om veranderingen te kunnen managen dient men allereerst te weten wat onder het begrip verandermanagement zoal wordt verstaan. Daarom wordt in deze module met een inleiding verandermanagement begonnen.
Om de gevolgen van veranderingen te ervaren, wordt een IT-Managementspel gespeeld.
Studenten nemen de plaats in van het management van een bedrijf. Er moeten beslissingen genomen worden met betrekking tot personeel, productie, verkoop en investeringen in ICT.
Veel bedrijven/organisaties laten steeds meer bestaande of nieuwe bedrijfsprocessen via Internet verlopen. In deze module wordt (een gedeelte van) een webapplicatie gebouwd. Via de applicatie kunnen de doelgroepen van de organisatie (klanten, etc.) interactief communiceren, door bijvoorbeeld bestellingen te plaatsen. Daarnaast moet dit gedeelte van de applicatie ook worden beheerd via het Internet. Verder leveren beide delen managementinformatie op, die moet worden onttrokken aan de bij de applicatie behorende database.
Om die database te kunnen vullen maakt men kennis met XML, een standaard “protocol” om beschikbare gegevens te im- of exporteren. Om de database te manipuleren maakt men kennis met SQL, een standaard “taal”. Verder gebruikt men beperkt Visual Basic om wat meer geavanceerde mogelijkheden van Access te kunnen gebruiken en om de site inderdaad interactief te maken.
In deze module staat centraal het implementeren van softwarepakketten (die dienen ter ondersteuning van bedrijfsprocessen). Hierbij dient met name gedacht te worden aan ERP (Enterprise Resource Planning) pakketten. In deze module zal de basis gelegd worden voor de wijze waarop een pakket geïmplementeerd dient te worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een standaard implementatiemethodiek. Door het inzetten van een ERP-pakket voor het MKB (bij practica) kan de student zelf ervaren welke aspecten komen kijken bij het daadwerkelijk implementeren van een pakket. Het doel is om de diverse fasen die bij een implementatie aan bod komen zo veel als mogelijk te simuleren / de revue te laten passeren.
Binnen de module ICT Service Management wordt aandacht geschonken aan ASL (Application Services Library) en ITIL (Information Technology Infrastructure Library).
ASL is een standaard voor applicatiebeheer terwijl ITIL wordt ingezet voor de invulling van de beheerprocessen met betrekking tot het beheren van de ICT-infrastructuur. ITIL heeft zich in Nederland ontwikkeld tot de standaard voor het invullen van de technische beheerprocessen. Middels een drievoudig model van beheer komen applicatiebeer, technisch beheer en daarnaast functioneel beheer aan de orde.
Studenten Informatie Management dienen in staat te zijn om een organisatie qua inrichting en functioneren te onderzoeken. Een dergelijk onderzoek moet dan kunnen leiden naar inzichten over de effectiviteit van die organisatie en mogelijkheden om deze effectiviteit verder op te voeren. Voor de hand ligt om bij die poging vooral (maar niet uitsluitend) aandacht te geven aan de mogelijkheden die ICT kan bieden. In deze module maken studenten kennis met bedrijfsorganisaties als complexe, meervoudige fenomenen, die met meerdere concepten/analysemethodes bestudeerd kunnen worden. Studenten gaan aan de slag met praktijkcases en de opdracht om de betreffende situaties aan de hand van een passend concept systematisch te onderzoeken en te analyseren. In essentie gaat het om het opsporen van mogelijke misfits tussen componenten, en het herstellen daarvan.
Idealiter is een organisatie optimaal ingericht om haar doelstellingen te behalen. Om te bekijken of een organisatie op de juiste koers ligt richting die doelstellingen is informatie en een toetsingsmechanisme nodig. Bij het nemen van (strategische) beslissingen wordt grote waarde toegekend aan de juistheid, accuraatheid en beschikbaarheid van de bestuurlijke gegevens waarop beslissingen worden gebaseerd. Aan welke gegevens, informatie of kennis de organisatie behoefte heeft hangt af van de producten of diensten die worden gemaakt of geleverd, de aard van het product of dienst en de omgeving waarin de diensten en producten worden gemaakt en/of aangeboden. Het probleem om de gegevens uit diverse informatiebronnen met elkaar te integreren wordt vaak opgelost door het gebruik van een snelle data warehouse. Als de informatie eenmaal in de data warehouse zit, kan deze opgevraagd en geanalyseerd worden om managers een compleet en consistent (historisch) overzicht te geven over hun aandachtsgebied. Daardoor zijn bedrijven in staat om informatie uit de gehele organisatie samen te brengen in een database en deze te koppelen aan hun strategie. Ze zijn in staat om Business Intelligence toe te passen ten behoeve van hun bedrijfsvoering.
Informatiestromen zijn nodig in een organisatie om deze te laten ‘functioneren’ of te besturen vanaf de top, de directie, tot aan de werkvloer, de werknemers. Binnen deze bestuurlijke informatie speelt documentaire informatie (gegevens of informatie vastgelegd op een informatiedrager), binnen de theorie van kennismanagement ‘expliciete kennis’ genoemd, een grote rol. Er is een duidelijke trend waarneembaar waarbij gestructureerde informatie (o.a. databases) en ongestructureerde informatie (o.a. documenten) juist door middel van contentmanagement met elkaar verweven worden. In de meest ruime betekenis wordt met contentmanagement bedoeld: het ontwikkelen, beheren (opslaan, verrijken, ontsluiten), distribueren en presenteren van de verzamelde inhoud (= content) van interne en externe broninformatie binnen organisaties. Om contentmanagement daadwerkelijk te praktiseren, worden er, om organisaties daarbij tegemoet te komen, op de markt diverse systemen aangeboden. Binnen deze module zal de toenemende rol van ICT volgens de historische ontwikkelingen gevolgd worden en uiteindelijk een informatieproduct gerealiseerd worden dat ‘informatie-op-maat’ mogelijk maakt.
Kwamen in blok 3 de min of meer klassieke methodes aan de orde om systemen te ontwikkelen (definitiestudie en functioneel ontwerp), in deze module komen de wat modernere methoden aan bod. Deze zullen worden ondersteund door de technieken van UML (Unified Modelling Language), de standaard voor objectgeoriënteerde analyse en ontwerp.
Verder leidt een onderzoek naar nieuwe systemen tegenwoordig vaak tot het aanschaffen van een reeds bestaand pakket. In deze module wordt dan ook met name het pakketkeuze-traject doorgenomen. Na een onderzoek naar de functionele en technische wensen en eisen, komen zowel de selectie van de verschillende mogelijkheden voor zo’n pakket aan bod, als de effecten van die selectie op de bedrijfsprocessen.
Een bedrijf/organisatie heeft voortdurend behoefte aan interne en externe informatie. Als men gegevens nodig heeft van of over medewerkers, potentiële opdrachtgevers, concurrenten, klanten, producten en diensten kan men enerzijds gebruik maken van bestaand materiaal dat door anderen al is verzameld en bewerkt (rapporten, databestanden, tijdschriftartikelen, beleidsnotities), maar men kan ook zelf informatie verzamelen o.a. door middel van mondelinge en schriftelijke interviews (enquêtes).
In deze module wordt de theorie van onderzoek behandeld, waarbij zowel aandacht wordt besteed aan de methode desk research als field research. Studenten passen de kennis van onderzoek toe in de vorm van een praktijkopdracht en zijn in staat om door middel van desk research en field research data te verzamelen, te bewerken, te analyseren en in een onderzoeksrapport te verwerken.
Bedrijfsprocessen nemen een belangrijke plaats in bij organisaties. Bedrijfsprocessen moeten efficiënt zijn ingericht en doelgericht zijn. In deze module staat procesverbetering centraal: Onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn o.a. capaciteitsanalyse, prestatie-indicatoren, toewijzingsprincipes, knelpunten bij procesontwerp en verbeterpunten, ketenproblematiek, relatie tussen proces en informatiesystemen. Bij het opnieuw inrichten van processen is een goed veranderingsmanagement (incl. conflicthantering) van belang. Andere onderwerpen die in het verlengde van procesverbetering liggen en behandeld worden zijn workflowmanagement, logistiek, en kwaliteitszorg.
In deze module wordt de basis die in Module 1420 Informatiemanagement is gelegd voor wat betreft informatiemanagement, informatiebeleid en -informatieplanning verder verbreed.
Op basis van gedeeltelijk beschreven informatiebeleid, informatiearchitectuur en technische architectuur wordt een informatieplan gemaakt. Het informatiebeleid en de informatiearchitectuur die gedeeltelijk al beschreven zijn moeten aangevuld worden. Naast alignment (op welke wijze worden de eisen vanuit de organisatie vertaald naar de inrichting van de informatievoorziening) komt de impact van trends in ICT aan de orde (welke invloed heeft ICT op de strategie van de organisatie). Verdere onderwerpen die in deze module aan de orde komen zijn informatierecht en het Amsterdamse Informatiemanagement model.